De Zuidleie, in historische bronnen ook wel ‘Reie’ genoemd, is de historische bovenloop van de Brugse reitjes. De naam ‘Reie’ of ‘Leie’ zou afkomstig zijn van het Keltische ‘rogia’ wat ‘heilig water’ betekent. Al in de dertiende eeuw begon Brugge aan het graven van een kanaal in de vallei van de Zuidleie naar de ‘echte’ Leie richting Deinze. Het is daarmee één van de oudste kanalen van West-Europa. Door schermutselingen met de Gentenaars en economische tegenspoed duurde het nog tot 1625 voor het kanaal Gent-Brugge een feit was. Sindsdien rest van de Zuidleie alleen nog een aantal oude armen aan beide zijden van het kanaal te midden van natte meersen en moeras: De Leiemeersen.
De zeer lage hoogteligging (slechts 5,5 m boven de zeespiegel), in combinatie met opkwellend ijzerrijk grondwater, heeft plaatselijk unieke veenbodems doen ontstaan. Vele typische planten en dieren van laagveenmoeras en bloemenrijke hooilanden, die elders in Vlaanderen vrijwel zijn uitgestorven, komen nog in de Leiemeersen voor. Plaatselijk is het grondwater ook licht kalkrijk, waardoor bijzonder zeldzaam kalkmoeras kan ontwikkelen. Blikvangers zijn de tienduizenden Wilde orchideeën in het voorjaar, een fenomeen dat uniek mag genoemd worden voor West-Europa. Door de verscheidenheid aan bodemtypes en vochtgradiënten komt ongeveer een vijfde
van de inheemse wilde flora van Vlaanderen in het gebied voor. Een echte schatkamer voor de biodiversiteit!
Sinds 1981 is Natuurpunt in de Vallei van de Zuidleie actief om de natuur- en landschapswaarden in stand te houden of te herstellen. Oude meanders van de Zuidleie worden terug uitgegraven. Stortplaatsen worden opgeruimd. Houtkanten worden aangeplant en poelen aangelegd. Graslanden worden gemaaid met speciaal aan het moerassig karakter aangepaste machines. Elders wordt er voor het beheer samengewerkt met lokale landbouwers. Via het jaagpad langs het kanaal (op de rechteroever nog onverhard) kan het gebied verkend worden.